werkstudent werkt

Uitzendburo De Werkstudent

Belangrijkste partijpunten voor studenten: hoe zit het?

Heb je tijdens je tentamens of het werken aan je scriptie geen tijd gehad om de politieke debatten te volgen? Wil je graag meer politiek geëngageerd zijn maar geeft de stemwijzer voor jou onvoldoende doorslag?
Wij zetten kort voor je uiteen wat de belangrijkste programmapunten zijn van de grootste partijen. We hebben drie punten gekozen die vooral voor studenten ‘breekpunten’ zijn: onderwijs, de woningmarkt en werkgelegenheid. Lees verder...

De omschreven standpunten zijn niet van De Werkstudent, maar komen uit de programma’s van de partijen.

Raadpleeg de volgende websites om een completer beeld te krijgen van de standpunten en programma’s van alle partijen: http://wikipolitiek.nl
www.stemwijzer.nl
http://welkepartijpastbijmij.nl/
http://www.kieskompas.nl/
www.wereldstemwijzer.nl/
www.stemmentracker.nl/
www.wiekiesjij.nl/ Een uitleg van al deze verschillende stemwijzer vind je hier.

Partijwebsites: www.sp.nl
www.groenlinks.nl
www.pvda.nl
www.pvv.nl
www.d66.nl
www.cda.nl
www.vvd.nl Partijen worden op volgorde van links naar rechts volgens de Politieke matrix 2010 van het kieskompas.

Wat ga jij stemmen? Klik hier op de poll.
Onderwijs SP: De Basisbeurs en studiefinanciering moet blijven. Geen bezuinigingen, maar investeringen in het onderwijs. Meer inrichten op wensen van scholieren en studenten en de kennis van leraren en docenten. De eisen moeten hoger, de vakinhoudelijke kennis breder. Fusies voor schaalvergroting strenger toetsen.

Groenlinks: 2,5 miljard in onderwijs investeren. Extra geld voor ondersteuning leraren. Onderwijsbudget meer besteden aan de klas i.p.v. aan management. Meer voorbereiding op studiekeuzes. Rechtvaardiger vorm van studiefinanciering: studenten betalen de ontvangen basisbeurs later via de belasting terug, dit is een andere vorm van sociaal leenstelsel en voorkomt leenangst. Verhoging aanvullende beurs voor ouders met lager inkomen.

PVDA: De komende jaren zijn extra middelen voor het onderwijs nodig. De PvdA wil daarom de basisbeurs op termijn omzetten in een sociaal leenstelsel waarmee de studiefinanciering naar draagkracht wordt gefinancierd door diegenen die hoger onderwijs hebben genoten. Ons onderwijs moet tot de top-5 van de wereld behoren. Het hoger onderwijs moet beter en studenten hebben recht op meer colleges, werkgroepen of begeleiding vanuit hun instelling.

PVV:
HBO-scholen en universiteiten moeten voor iedereen toegankelijk blijven. Niet tornen aan studiefinanciering. De scheiding tussen HBO en universiteit moet gehandhaafd blijven. Kwaliteit MBO onderwijs moet omhoog, bv door centraal te examineren op kernvakken. Instellingen moeten zelf kunnen bepalen welke studenten ze binnen laten. Christelijke, Joodse en openbare scholen moeten naast elkaar kunnen bestaan. Islamitische scholen gaan daarentegen dicht.

D66: 2,5 Miljard investeren in onderwijs. Hogere beloning voor leraren in achterstandswijken en exacte vakken. Invoering van centrale eindtoetsen in het basisonderwijs en het MBO. Hervorming bachelorfase tot brede opleidingen waarna meer afstudeerspecialisaties en verschillende afstudeerniveaus worden aangeboden. Vervanging van de basisbeurs door een sociaal leenstelsel. Afschaffing van numerus fixus bij medische opleidingen. Doostroombonus: bij een volgend diploma wordt de vorige school beloond.

CDA: Hoger onderwijs is te uniform. Differentiatie, specialisatie en maatwerk om toptalent te ontplooien en meer topuniversiteiten te krijgen. Verhoging van het studiesucces vraagt om meer contacturen. Studiefinanciering blijft bestaan, wel zal van studenten die langer over hun studie doen dan de nominale studieduur plus één jaar een hoger collegegeld gevraagd worden. Reismiddelen doelmatiger ingezet. Meer eigen verantwoordelijkheid van de werknemer die in ontwikkeling moet blijven investeren. Terughoudendheid in hervormingen onderwijs.

VVD: Nederlandse universiteiten en hogescholen moeten ambitieuzer worden en concurreren op onderwijs. Meer variatie in hoogte van collegegelden en selectie van nieuwe studenten. Sociaal leenstelsel zet de studiefinanciering om in een lening. Deze lening kunnen studenten na hun afstuderen in 25 jaar tegen een lage rente en inkomensafhankelijk terugbetalen. Handhaven van het wettelijk collegegeld: zo betaalt de overheid nog steeds driekwart van de kosten van een studie. Leenstelsel is middel voor investering in onderwijs.

Woningmarkt
SP: Kraakverbod wordt teruggedraaid zolang er leegstand is. Sociale huurwoningen worden alleen gesloopt als uit onafhankelijk onderzoek blijkt dat dit bouwtechnisch noodzakelijk is of als permanente leegstand dreigt. Omvangrijker bouwen van sociale huurwoningen om het woningtekort in Nederland tegen te gaan.

Groenlinks:
Woningbouwcorporaties dwingen meer te bouwen voor betaalbare studentenhuisvesting. Huurtoeslag invoeren ook voor studentenhuis en niet alleen voor zelfstandige woningen. Scheefhuren aanpakken: wie ondanks een goed inkomen in een sociale huurwoning blijft, gaat meer huur betalen.

PVDA:
Huurbeleid: geen huurverhogingen, de maximale huurverhogingen zijn de komende jaren niet hoger dan inflatie. De huren worden niet vrijgegeven. De woningbouwproductie wordt verhoogd tot 80.000 tot 100.000 woningen per jaar. Met corporaties worden afspraken gemaakt over de betaalbaarheid van huurwoningen. De overheid moet de bouw van betaalbare woningen in kleine gemeenten kunnen afdwingen.

PVV:
De woningcorporaties moeten terug naar hun eigenlijke taak: sociale woningbouw waar dit niet via de markt gerealiseerd kan worden. We willen een corporatieheffing invoeren. Woningcorporaties betalen een heffing over hun vermogen. Hierdoor worden corporaties gestimuleerd om een deel van hun woningenbestand te verkopen.

D66:
Hervormingen gericht op minder overheidsingrijpen. Bevoordeling van mensen met hoge inkomens geleidelijk afbouwen. Omvang van de sociale huursector meer in lijn brengen met de doelgroep. Door hervorming blijven minder corporaties bestaan die zich werkelijk richten op hun kerntaak: het aanbieden van goede en betaalbare sociale huurwoningen voor de lagere inkomens. Voor de corporaties die uittreden uit het bestel van toegelaten instellingen geldt dat ze geleidelijk meer ‘normale’ bedrijven kunnen worden die commercieel werken.

CDA:
Prijs procentueel laten toenemen van sociale huurwoningen als een huurder meer is gaan verdienen. Starters ondersteunen door garantieregelingen en subsidies te verstrekken en versnellen. Woningcorporaties moeten goed besteden wat ze verdienen met huurhuizen, het toezicht hierop versterken.

VVD:
De doorstroming op de woningmarkt moet op gang komen. Aanpakken van scheefhuurder door met name woningen te realiseren in het duurdere huur- en woningsegment. Scheefwoners kunnen dan doorschuiven en starters kunnen hun plaats innemen. De VVD wil dat woningcorporaties van het Rijk worden losgekoppeld. Maar de corporaties moeten wel hun maatschappelijke taak behouden, te weten het huisvesten van die mensen die niet zelf in hun huisvesting kunnen voorzien, behouden.


Werkgelegenheid & inkomen SP: Het minimumloon en het sociale minimum worden de komende jaren met in totaal 5 procent verhoogd. De minimumjeugdlonen vanaf 18 jaar worden verhoogd en op termijn gelijkgetrokken met de volwassen minimumlonen. Beperken van topinkomens. Mensen met een tijdelijk contract en uitzendkrachten meer zekerheid. Jongeren onder de 27 jaar krijgen weer recht op bijstand. Deeltijdarbeid moet lonen.

Groenlinks:
Meer begeleiding voor werkloze allochtonen, laagopgeleiden, jongeren, gehandicapten en vrouwen. Door plannen van Groenlinks worden 300.000 banen gecreëerd. Investeren in groene banen: duurzame energie en technologie. Verschil arm en rijk kleiner door hervormingen.

PVDA:
Er zijn steeds meer mensen met verschillende, tijdelijk banen. Hun sociale rechten zijn slechter op orde. De PvdA wil dat werkgevers ook voor flexwerkers verantwoordelijkheid dragen bij ziekte en bij re-integratie na langdurige ziekte. Voor deeltijdwerkers gaat het lonen om meer uren te werken. Strijden tegen ongelijke betaling voor gelijk werk.

PVV: Rekening niet bij de burger leggen. Niet rommelen aan hypotheekrenteaftrek en de WW, geen versoepeling van het ontslagrecht, de ov-jaarkaart en studiefinanciering blijven behouden, geen kilometerheffing, geen verhoging van het eigen risico in de zorg en de AOW leeftijd blijft op 65 jaar. De PVV legt rekening bij de politiek: minder politici, minder salaris en afschaffen van de wachtgeldregeling. Bij de overheid: minder ambtenaren, minder bureaucratie, korten provincies en gemeenten. Korten op gevangenissen, stoppen met TBS. Investeren in veiligheid en zorg.

D66: Kortere maar hogere WW. Sterke versoepeling ontslagrecht. Belastingverlaging voor de lagere inkomens. Verlaging inkomstentarief in de eerste twee schijven. Werkgelegenheid in de lagere inkomenscategorieën wordt bevorderd door invoering van een inkomensafhankelijke arbeidskorting (earned income tax-credit).

CDA: Het CDA wil een activerende werkloosheidsregeling. Door middel van een loondoorbetalingsverplichting bij ontslag welke afhankelijk is van de duur van het dienstverband met een maximum van een halfjaar, worden werkgevers medeverantwoordelijk bij het vinden van nieuw werk. Overheid moet meer jongeren, werklozen en gedeeltelijk arbeidsgeschikten in dienst nemen. Rijksoverheid moet meer stage- en leerwerkplekken creëren voor kwetsbare groepen. Gerichte inkomensondersteuning en armoedevalbestrijding bij lage inkomens beter in balans. Zekerheid over hun draagkracht door in het minimumloon en in de normering van de toeslagen voor huur, zorgpremie en kinderen rekening te houden met de noodzakelijke kosten van bestaan.

VVD: Prestaties op de arbeidsmarkt meer belonen. De VVD zorgt voor een lagere inkomstenbelasting en een hogere arbeidskorting zodat mensen die werken een groter deel van hun inkomen overhouden om zelf te besteden. Daarnaast leiden de ontkoppeling van de uitkeringen (excl. AOW) en de versobering van de sociale zekerheid tot een stevige prikkel om te gaan werken. Ook worden inkomensafhankelijke regelingen teruggedrongen die een rem vormen op het arbeidsaanbod. Meer souplesse voor werkgevers om jong personeel vaker en langer tijdelijk in dienst te kunnen nemen. Daarvoor is een tijdelijke ontheffing op het arbeidsrecht nodig.
Samenvatting Uit de verschillende partijpunten mag blijken dat de drie topics onderwijs, huisvesting en werken & inkomen erg belangrijke en controversiele punten zijn voor iedere politieke partij. De partijen Groenlinks. PVDA, D66 en VVD zijn voor een meer sociaal leenstelsel. De SP maar ook de CDA en de PVV willen geen afschaffing van de studiefinanciering. Als het om huivesting gaat wil de SP een afschaffing van het kraakverbod. SP Groenlinks en de PVDA willen dat woningcorporaties meer sociale woningen bouwen en verhuren. Ook de PVV schaart zich achter een meer sociale rol van de woningcorporatie. Groenlinks wil scheefhuurders aanpakken door huurders met een hoger inkomen meer voor sociale huur te laten betalen. De VVD wil scheefhuurders aanpakken door meer woningen te realiseren in het hoger segment om zo de weg vrij te maken voor starters.

De SP wil zorgen voor een stijging van het minimumloon en meer banen creeren. Groenlinks legt meer focus op begeleiding van groepen die minder snel aan het werk komen naar een nieuwe baan. D66 Wil de werkgelegenheid bevorderen door een inkomensafhankelijke arbeidskorting te geven. Het CDA wil een meer activerende werkloosheidsregeling waar ook werkgevers een belangrijke rol spelen in het vinden van nieuw werk voor medewerkers. De VVD zorgt voor een lagere inkomstenbelasting en een hogere arbeidskorting zodat mensen die werken een groter deel van hun inkomen overhouden en gaat voor een versobering van de sociale zekerheid.

Wil jij zelf je eigen werkgelegenheid scheppen? Ga dan direct nog naar de vacatures van De Werkstudent!